Column Carolijn: het bootseizoen is weer begonnen

“En het mooiste is, er is genoeg ruimte om je boot aan te leggen. Mochten jullie die hebben.” Ik kijk naar rechts, en zie de ogen van mijn vriend beginnen te glinsteren. We zijn op zoek naar een nieuw appartement en deze keer lijkt het raak: fijne locatie, goed onderhouden en de prijs is redelijk. Maar zo enthousiast als ik was, nu begin ik terug te krabbelen. Want de aanschaf van een eigen boot lijkt onvermijdelijk als we voor dit huis gaan. En als ik ergens niet op zit te wachten, dan zijn het wel wekelijkse vaartochtjes door de Amsterdamse wateren.

Begrijp me niet verkeerd, Amsterdam is het mooist vanaf de grachten en een foto vanaf het water scoort gegarandeerd op Instagram. Maar een urenlange boottocht door de smalle grachtjes staat hoog in mijn top 5 van dingen die ik in Amsterdam liever vermijd. Bij alleen de gedachte al word ik zenuwachtig. En dat komt doordat – zoals wel vaker – er allerlei horrorscenario’s in mij opkomen als ik aan een middagje op het water denk.

amsterdam enfait

Dat instappen bijvoorbeeld. Hoe doe je dat, op een beetje een charmante manier? Mooie aanlegsteigers à la Cannes hebben we hier niet. Meestal moet je je met boodschappentassen vol flessen wijn, toastjes en zakken chips (of met volgeladen koelbox) naar beneden storten, over 3 gammele bootjes kruipen om daarna eindelijk in je eigen sloep te stappen. Met een plof kom je dan neer, het water klots over de rand, waardoor een deel van de boot nu onbegaanbaar is door jouw lompe landing.

Ga je met een groep varen, dan word je onmiddellijk met de volgende uitdaging geconfronteerd: strategisch plaatsnemen. Het gewicht goed verdelen, een gunstige plek kiezen (het liefst niet naast die ene zeurende vriendin of die jolige gast die het grappig vindt om de boot te laten schommelen), bij voorkeur in de buurt van de kaasstengels en de Japanse mix. Bij mij gaat dat altijd fout: ik eindig of naast een rokende motor, of naast die ene ‘vriendin van’ die alleen maar over haar werk kan praten.

Maar de grootste uitdaging voor mij zit in het Plas Probleem. Ik ben gezegend met een kleine blaas, en zo’n boottochtje kan uren duren. Bij voorkeur drink ik niets meer vier uur voorafgaand aan de afvaart, maar de wetenschap dat er geen toilet aan boord is zorgt er bij mij voor dat elke druppel toch nog regelrecht naar beneden stroomt. Dat ligt veelal ook aan de alcohol, die ik me altijd voorneem niet te drinken omdat ik daarvan nog sneller moet plassen, maar die ik toch altijd wel nuttig omdat ik bij de derde gracht het kunstje wel gezien heb en mijn vertier ergens anders zoek.

enfait

Met het gevolg dus dat mijn blaas binnen no time overvol is en ik bij de bestuurder van de boot (ik neem aan dat dat niet de juiste term is) moet smeken om ergens aan te leggen. Vervolgens probeer ik met een licht aangeschoten hoofd en klotsende oksels van het angstzweet op de oever te komen, dat wonder boven wonder tot nu toe altijd goed is gegaan maar wat bij de toeschouwer toch wel iets van National Geographic-achtige beelden moet oproepen van nijlpaarden die per takelwagen naar een andere dierentuin worden verplaatst. En daarna, begint het hele feest weer opnieuw. Gelukkig wel met een lege blaas.

Oncharmante beelden, klotsende oksels en overlopende blazen: voor mij zit aan een tochtje over de grachten weinig ontspannends. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de keren dat ik midden op de Amstel vastzat op een boot die opeens niets meer deed of de kledingdilemma’s die een middagje varen met zich mee brengt. Tot nu toe is het gelukkig nog niet tot de aanschaf van een eigen sloep gekomen. Maar het bootseizoen is begonnen en hoe voller de grachten volstromen met bootjes, hoe meer ik in de ogen van mijn vriend zie dat hij dat gapende gat in de gracht voor ons huis wil opvullen. Ik hou mijn hart vast.

Lees hier ALLE columns van Carolijn!