Column Carolijn: het leed dat mijn bedrijfsarts heet

“Maar meisje, je hebt toch rechten gestudeerd?” Hij kijkt me met een schuin hoofd aan met daarop iets wat op een lach lijkt. Ik staar met grote ogen naar hem. Het kille tl-licht weerspiegelt op zijn kale hoofd en aan zijn gebruinde huid te zien is hij net op vakantie geweest. Het pak dat hij draagt sluit feilloos aan en is overduidelijk op maat gemaakt. Het contrast met mij had niet groter kunnen zijn. Ik draag een oude trui met daaronder een grijze joggingbroek en versleten gympies. Ik speel met de touwtjes van de veel te grote broek, die strak aangetrokken is om de kilo’s die er de afgelopen weken af zijn gevlogen op te vangen.

Lees ook de vorige column: crop tops en latte art

In de weerspiegeling van het raam zie ik een schim van mezelf. De afgelopen nachten heb ik geen oog dichtgedaan en in combinatie met de ontelbare huilbuien heeft dat ertoe geleid dat mijn ogen rood en opgezwollen zijn. Mijn huid is grauw en mijn wangen zijn ingevallen doordat ik geen hap door mijn keel krijg. Drie weken geleden heb ik me ziek gemeld en sindsdien ben ik niet meer op kantoor verschenen.

Ik knik langzaam ja. “Mooi”, zegt hij. “Dan is er dus niets aan de hand, je kunt bij elke andere werkgever zo terecht.” Vorige week vrijdag kwam het verwachte telefoontje van de HR-afdeling dat ik naar de bedrijfsarts moest. Op mijn vraag of dat het ergens anders dan op mijn werk kon plaatsvinden, werd geen gehoor gegeven. Nu zit ik hier, in de EHBO-kamer op kantoor tegenover de man die over mijn lot moet gaan beslissen. Terwijl alle bekende geuren en geluiden om me heen ervoor zorgen dat de paniek door mijn lichaam giert, wordt de een na de andere vraag op me afgevuurd. “Waarom reageer je zo heftig op je werk?”, “Zou je niet nadenken over een baan die beter bij je past?”, “Wat bespreek je met je psycholoog?”, “Hoe lang denk je dat dit gaat duren?”. Versuft en doodmoe geef ik op elke vraag stamelend antwoord. Bang dat als ik deze man niet voldoende informatie geef, ik de volgende dag weer aan de slag moet. Na wat uren lijkt te duren, is het gesprek eindelijk voorbij. Ik schuifel de deur uit, hij roept me na “rust maar lekker een paar dagen uit!”.

Als ik bij mijn fiets ben aangekomen, bel ik huilend mijn moeder op. Terwijl ik haar een korte samenvatting geef van het gesprek dat ik zojuist met de bedrijfsarts heb gehad, zinkt de moed me in mijn schoenen. Ik hoopte dat deze bespreking me rust zou geven, dat me zou worden verteld dat mijn herstel het belangrijkste is. Dat ik me geen zorgen hoefde te maken, dat alles goed zou komen. In plaats daarvan voel ik me slechter dan ooit, aangeslagen door zijn directe vragen en zijn aanvallende toon. Naast mijn negatieve gedachten, paniekaanvallen en nachtmerries heb ik nu nog iets waar ik de strijd mee aan moet gaan: de bedrijfsarts.

Lees ook: Carolijn over the day after

Terwijl ik de laatste traan van mijn wang veeg, kijk ik omhoog. Ik tel de verdiepingen en kom uit bij mijn kamer en het kantoor van mijn baas. Ik kijk naar de letters die prominent op het gebouw pronken. Ik heb inderdaad rechten gestudeerd, en ik weet dat het gesprek van zojuist niet door de beugel kan. Wordt vervolgd.